Philips-Ideezet
Eerste door Philips op bestelling geproduceerde radiolamp. In 1918 geleverd aan de
Nederlandse Radio-Industrie (H.H.S. à Steringa Idzerda).
Het model
bleef tot 1922 in productie.
Miniwatt
1923, types A110, A310
De helgloeiende kathode werd vervangen door de oxydkathode waardoor de
emissie aanzienlijk verbeterde. Wegens het minimale gloeistroom verbruik gaf
Philips deze de merknaam "Miniwatt".
Pentode
1927. Types B443, D143
Door ir. B.D.H. Tellegen in het Natlab ontwikkelde vijf electroden buis de
Penthode. Door toevoeging van een extra rooster (vangrooster) verbeterde
de werking van de tetrode aanzienlijk.
Het werd als de eindlamp in de eerste Philips ontvangers 2501, 2502
toegepast.
Octode
1934. Type AK1
Gouden serie.
Buis met 8 electroden, ontworpen voor de mengtrap van de superhetrodyneontvanger.
Rode E-serie
1936.
De tot
6,3 volt verhoogde gloeispanning valt samen met het ontstaan van de
autoradio.
Buisvoet met zijcontacten.
Sleutelbuis
1939. Type EF50
Hoogfrequent penthode
Speciale sleutelbuis met 9 pennen.
Buis constructie met een bodem van geperst glas ten behoeve van televisie-
en ultrakortegolfontvangst.
Aan het begin van de oorlog naar Engeland gesmokkeld. Omdat het geschikt was
voor korte golven heeft het een belangrijke rol gespeeld in de militaire
radarinstallaties.
Sleutelbuis
1940
Sleutelbuis met 8 pennen voor toepassing in omroepontvangers.
Hiermee waren zeer compacte radio's te bouwen zoals de 203U "Philetta" in
1941.
Rimlock-buis
Na de oorlog is de Rimlock-buis (rechts)ontstaan. Het is een kleine geheel
glazen buis. De Rimlock-buis heeft 8
symmetrisch geplaatste pennen en een zoeknok aan de zijkant.
Noval-buis
Noval-buis (links) heeft 9 asymmetrisch geplaatste pennen. Het is vanaf 1953
als (NATO) standaard ingevoerd.