In 1947 ontdekten de
onderzoekers Bardeen en Brattain van Bell Labs in de
Verenigde Staten de transistor. Philips Nat Lab ging al
snel mee met het onderzoek in halfgeleiders en slaagde
er in 1949 in hun eerste puntcontact transistor te
maken.
1951 De directie van de Hoofd Industriegroep
Elektronenbuizen richtte de aparte industriegroep op voor
ontwikkeling en fabricage van halfgeleiders.
1952 Het Bell Labs organiseerde het Transistor
Technology Symposium om de verkregen kennis met anderen
te delen. De hier opgedane inzichten en de door Bell
verschafte documentatie, Mother Bell's Cookbook, vormde
voor Philips en vele andere bedrijven de start in de
halfgeleiderindustrie.
1953 De Philips Raad van Bestuur nam het besluit om in
Nijmegen een grote fabriek van halfgeleiders te bouwen.
De nieuwe fabriek werd in 1954 betrokken en groeide snel
uit tot de grootste in Europa.
De verkoop gaat in de verschillende landen onder de
lokaal vertrouwde merknamen zoals Mullard (Engeland),
Valvo (Duitsland), RTC (Frankrijk), Amperex (USA).
De eerste commerciële Philips transistoren
kwamen in 1953/54 op de markt.
De puntcontact-transistoren OC50, OC51.
Puntcontact-transistor
De eerste commerciële Philips transistoren
kwamen in 1953/54 op de markt.
De germanium lagen-transistoren in een plastic behuizing. OC10, OC11, OC12.
De germanium lagen-transistoren in een glazen behuizing. OC72, OC71. Ca.
1954
Ontwikkel modellen van de eerste germanium
powertransistoren. Types OC15, 100OC.
Ca. 1954
De germanium high-power transistor type OC16.
De eerste commerciële powertransistor in Europa. Ca. 1956